Ruim 20 jaar heb ik met mijn bureau een consumentenmagazine mogen maken dat in buurtsupers, bij rijdende winkels en campingwinkels gratis verkrijgbaar was. Door het hele land, in dorpen waar de kleine middenstanders in de loop der jaren zijn verdwenen. Wat ik naast mijn andere werkzaamheden altijd graag zelf bleef doen was het bezoeken van de ondernemers, even kennismaken, maar vaker bijpraten aan de keukentafel of in het kantoortje. – Met die kennis en inzichten wist ik meer dan menig marktonderzoeker, marketingmanager en beleidsmaker. – Vervolgens wat foto’s maken van de winkel, de buurt en uiteraard een paar klanten. Het was de meest gewaardeerde pagina in het blad. De praatjes en plaatjes van klanten uit de buurt. Kan een aardig boekje samenstellen met ondernemers die ik in al die jaren heb leren kennen. Sommigen genieten inmiddels van een welverdiend pensioen, anderen waren genoodzaakt te stoppen en verdienen elders een boterham.
Moest hieraan denken toen ik een video voorbij zag komen van Centrummanagement Utrecht. Het was onderdeel van de inzending voor deelname aan een European Capitals of Small Retail Award 2026. Utrecht is tweede geworden, na Barcelona. Het is mooi gemaakt en als Utrechtse jongen kreeg ik ook een beetje trots gevoel. Ben geboren in de Watervogelbuurt en heb als klein ventje mijn eerste boodschappen gedaan in de Twijnstraat, toen al een traditionele winkelstraat met bakkers, slagers, kruideniers en een boekhandel naast het toenmalig politiebureau Tolsteeg.
De beelden in de video zijn geweldig om te zien en complimenten aan de initiatiefnemers, makers, de ondernemers én alle klanten. De bestaansmogelijkheden voor de kleine detailhandel zijn bepalend voor het karakter van een stad waar er een prettige balans moet zijn tussen de zelfstandige ondernemers en de concept- en formule gestuurde retail- en horeca. Maar waar te vaak aan voorbij wordt gegaan is de sociale betrokkenheid, saamhorigheid en verantwoordelijk voor elkaar in de buurt van die ondernemers. Veel mensen vinden het fijn elkaar met regelmaat vrijblijvend te kunnen ontmoeten. Kinderen leren communiceren, boodschappen doen en het helpen van ouderen.
In 2009 hebben we een Verkiezing van de Beste Buurtsuper en Rijdende Winkel georganiseerd. Facebook was net een jaar online, maar veel meer klanten uit het hele land stuurden kaartjes, brieven en werkstukken om dankbaarheid en steun te betuigen aan hun eigen buurtsuper. Er waren ondernemers die oprecht ontroerd waren, tot tranen toe. Wat zij deden was vanzelfsprekend en zij waren zich er niet van bewust dat zij elke week weer, en sommigen elke dag, van betekenis waren voor veel van hun klanten. Ik hoop dat de waardering voor de kleine retail in Utrecht en andere steden politici, beleidsmakers, vastgoedbazen, huisjesmelkers en bewoners in het hele land nog meer bewust maakt van het belang – nee de noodzaak – van de aanwezigheid van kleine winkels en horeca. Niet alleen in het stadscentrum, maar in elke wijk en ook in de dorpen. Pas als je samen prettig kunt wonen en leven, opgroeien en ouder worden, je niet van alles veel en nog meer wilt hebben, is er vanzelf budget om ook kleine ondernemers een bestaan en inkomen te gunnen. Leven doet leven.
